Zoeken in het woordenboek
| Onderwijswoordenboek |
| Welkom op ons digitale onderwijswoordenboek, het snelst groeiende en omvangrijkste naslagwerk
voor het onderwijs. Indien u klikt op een letter in de alfabetbalk krijgt u een overzicht van alle beschikbare zoektermen in
het woordenboek, die beginnen met de gekozen letter. |
woordenboek totaal (31/- ) |
mbo (5/- ) |
onderbouw vo (-/- ) |
primair onderwijs (-/- ) |
vmbo (6/- ) vmbo |
zorg (18/- ) |
|
Afgekort bbl. Alle opleidingen van de regionale opleidingencentra die te vergelijken zijn met het oude leerlingwezen, dat wil zeggen voor de leerlingen een combinatie van leren op school en werken in de praktijk. Deze beroepspraktijkvorming in de leerweg omvat minimaal 60 procent van de studieduur. |
|
Aanduiding van het opleidingstraject vmbo mbo hbo. Deze route wordt gezien als een goed alternatief voor de weg via het (mavo) havo naar het hbo. Veel leerlingen kiezen voor het avo onderwijs, omdat het beroepsonderwijs een negatief imago zou hebben. Daarnaast zijn er daadwerkelijk knelpunten in de aansluiting tussen het vmbo en het secundair beroepsonderwijs en vervolgens met het hoger beroepsonderwijs. Begin 2001 heeft de commissie 'Doorstroomagenda Beroepsonderwijs' in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen een agenda samengesteld met als doel de samenhang en de (succesvolle) doorstroom in het beroepsonderwijs te versterken. |
|
Een deel van de opleiding in het middelbaar beroepsonderwijs vindt plaats in de praktijk van een bedrijf of instelling. In de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) is de leerling werknemer en ontvangt ook loon. In de beroepsopleidende leerweg (bol) vindt de beroepspraktijkvorming plaats in de vorm van een stage. Deze mag maximaal zestig procent van de totale leertijd bedragen. De kenniscentra beroepsonderwijs zorgen voor de selectie en kwaliteitsbewaking van de leerbedrijven. De regionale opleidingencentra zijn verantwoordelijke voor de begeleiding van de leerlingen in het leerbedrijf. De beroepspraktijkvorming wordt verzorgd op basis van een overeenkomst tussen de onderwijsinstelling, het leerbedrijf en de deelnemer. Als het om een praktijkovereenkomst gaat voor de beroepsbegeleidende leerweg ondertekent ook het kenniscentrum de overeenkomst. Daarmee geeft het landelijk orgaan aan dat het leerbedrijf voldoet aan bepaalde kwaliteitscriteria. Wet educatie en beroepsonderwijs: artikel 7.2.8. en 7.2.9. |
|
Een beroepsprofiel geeft aan wat een gekwalificeerde beroepsbeoefenaar ten minste moet kennen en kunnen. Deze beroepsprofielen worden opgesteld door de sociale partners (werkgevers en werknemers) van een bepaalde branche. Op grond van deze beroepsprofielen worden de kwalificatiedossiers van de opleidingen vastgesteld. |
|
Borderline is een persoonlijkheidsstoornis met een grote variëteit aan symptomen, zoals stemmingswisselingen, impulsiviteit, woede-uitbarstingen, verslavingsgedrag, moeilijk contact kunnen leggen en moeilijk alleen kunnen zijn. De stoornis kan formeel pas gesteld worden boven de achttien jaar. Trekken van deze stoornis op latere leeftijd zijn echter eerder merkbaar. Kinderen die eraan lijden kampen met gevoelens zoals angst, eenzaamheid, depressie, weinig gevoel van eigenwaarde en leegte. Soms raken ze overspoeld door heftige gevoelens. Ze hebben moeite met het aangaan van relaties. Er is weinig gevoel van eigenwaarde. Diagnostiek: Psychiatrisch onderzoek. Informatie: www.stichtingborderline.nl. Aanbod: Bureaus voor Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ). |
|
Boulimia komt met name bij meisjes voor en wordt gekenmerkt door periodiek optredende eetbuien, die afgewisseld worden met periodes van zo weinig mogelijk eten. De eetbuien variëren in frequentie, van bijvoorbeeld een keer per week tot vele malen per dag. De betrokkene heeft het gevoel geen controle over het eten te hebben. Verschillende situaties, stemmingen, gevoelens en gedachten kunnen een eetbui uitlokken. Na afloop van een eetbui heeft de betrokkene vaak last van moeheid en schuldgevoelens. De behandeling kan bestaan uit psychotherapie, antidepressiva of deelname aan een zelfhulpgroep. Signalering: Gesprekken over eetpatronen, eventueel met de schoolarts. Diagnostiek: Psychiatrisch onderzoek. Informatie: www.hulpgids.nl/ziektebeelden/boulimia.htm. Aanbod: Instellingen voor Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ). |
|
Bouw breed is een van de zeven intrasectorale programma's in het voorbereidend middelbaar onderwijs. Het programma is opgebouwd uit exameneenheden uit de differentiaties schilderen en afwerkingstechnieken, metselen en timmeren uit de afdeling bouwtechniek en aangevuld met een introductie op grond , weg en waterbouw/betonwerk. Het intrasectoraal programma biedt de leerlingen een brede oriëntatie op inhouden, vaardigheden en functies in verschillende bedrijfstakken, waardoor zij een bewustere keuze voor een vervolgopleiding kunnen maken. Voorbeelden van exameneenheden zijn oriëntatie op de bouw en bouwberoepen, professioneel handelen, beroepshouding, micro elektronica, telematica, technische informatica, introductie timmeren/meubelmaken, introductie metselen en tegelen en afwerkingstechnieken op hout. Er zijn programma's bouw breed ontwikkeld voor de kaderberoepsgerichte, voor de basisberoepsgerichte en voor de gemengde leerweg. Het programma van de kaderberoepsgerichte leerweg omvat de programma's van de andere twee leerwegen. Elk programma wordt voorafgegaan door een identieke preambule en omvat een kern en een verrijkingsdeel. |
|
Afgekort ce. Het centraal examen kan bestaan uit een centraal schriftelijk examen, een centraal praktisch examen, een centrale integratieve eindtoets. Het centraal examen bestaat uit toetsen die de examenkandidaten aan het einde van hun opleiding moeten maken. De opgaven zijn per schoolsoort voor alle kandidaten gelijk of gelijkwaardig. De condities zijn daarbij voor alle kandidaten gelijk en de prestaties worden beoordeeld volgens landelijk vastgestelde normen. |
|
Depressieve kinderen voelen zich lange tijd verdrietig, neerslachtig en lusteloos. Zij hebben een pessimistisch idee over de toekomst en voelen zich mislukt. De contacten thuis en op school lopen moeizaam. Piekeren, faalangst en besluiteloosheid komen vaak voor in combinatie met depressie. Vaak hebben ze lichamelijke klachten zoals vermoeidheid, slapeloosheid en gebrek aan eetlust. Ook schuldgevoelens horen erbij. Depressiviteit kan optreden na een traumatisch ervaring, zoals de dood van een ouder of een echtscheiding. Depressiviteit komt tussen twaalf en achttien jaar relatief veel voor. De kans op zelfdoding is aanwezig. Een apart criterium voor jongeren is ook prikkelbaarheid. Depressies kunnen soms gemaskeerd zijn, bijvoorbeeld door veel verzet. Diagnostiek: Via de huisarts volgt meestal een verwijzing naar een psychiater, psycholoog of instelling voor Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ). Informatie: www.psychowijzer.nl. Aanbod: Instellingen voor Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ). |
|
Kinderen met een dwangstoornis hebben gedachten (obsessies). Ze hebben het idee dat deze gedachten niet van henzelf zijn, maar dat ze gedwongen worden. De gedachten roepen vaak gevoelens op van spanning, angst of onrust. Het uitvoeren van de handelingen heeft tot doel de dwanggedachten te stoppen. Vaak hebben de dwanghandelingen de bedoeling om een bepaald onheil af te wenden, zoals ongelukken en ziekten. Veel voorkomende dwanghandelingen zijn: - Schoonmaken van zichzelf en de omgeving. - Steeds opnieuw controleren of iets gedaan is. - Bang zijn om agressie tegen anderen te gebruiken. De angst gaat weg als bepaalde rituele handelingen zijn uitgevoerd. - Dwangmatige netheid of perfectie. Dwangstoornissen zijn met behulp van psychotherapie over het algemeen goed te behandelen. Diagnostiek: Onderzoek door een psychiater. Informatie: www.psychowijzer.nl/Dwangstoornis/Dwangstoornis.htm. Aanbod: Instellingen voor Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ). |




